|
Plannen Overheid EERDERE PLANNEN Bij de planvorming voor de Betuweroute
is in de jaren 90 van de vorige eeuw onderzoek gedaan naar de aanleg van
een noordoostelijke verbinding (NOV) vanaf de Betuweroute bij Elst via
Oldenzaal naar Duitsland. Op basis van een MER-studie, inspraak en advisering
heeft het kabinet in 1999 besloten om geen NOV-spoorlijn aan te leggen.
Er is gekozen voor het maximaal benutten van de bestaande spoorinfrastructuur
in plaats van de aanleg van nieuwe spoorinfrastructuur. De goederentreinen
maken daarom gebruik van de bestaande spoorverbinding Elst-Arnhem-Deventer-Hengelo-Oldenzaal. HUIDIGE PLANNEN OVERHEID 1. Programma Hoogfrequent Spoor = PHS In het regeerakkoord van het vorige kabinet is een passage opgenomen over het blijvend stimuleren en laten groeien van het personenvervoer per spoor. Hiervoor heeft het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een strategisch plan opgesteld met de naam Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Het Kabinet wil PHS uiterlijk in 2020 gerealiseerd hebben. Er moet voldoende ruimte komen op het spoor voor het groeiende personen- en goederenvervoer. Op die manier kan de trein de economische centra van Nederland bereikbaar houden. Daarom kunnen reizigers op de drukste trajecten in de Randstad en naar Gelderland en Brabant in de toekomst spoorboekloos reizen. Dat wil zeggen, dat er op deze trajecten op de lange termijn 6 intercitytreinen en mogelijk 6 sprinters per uur rijden. Om PHS mogelijk te maken, wordt geïnvesteerd in nieuwe spoorinfrastructuur om knelpunten op te lossen. Daarnaast wordt onderzocht of het gedeeltelijk of geheel verplaatsen van goederenvervoer een bijdrage kan leveren in het ontlasten van de knelpunten in de Randstad en rond Utrecht. Het gedeeltelijk of geheel verplaatsen van de goederentreinen wordt onderzocht in de planstudie Toekomstvaste Herroutering Goederenvervoer, een onderdeel van het PHS. De overheid en ProRail werken hierin samen 3 scenario’s uit. Uitgaande van het slechtste scenario is er op termijn sprake van maximaal 90 goederentreinen per 24 uur via de IJssellijn (Elst-Arnhem-Zutphen-Deventer) en de Twentelijn (Deventer-Almelo-Hengelo-Oldenzaal). Er ontstaat op deze manier alsnog een Noordtak van de Betuweroute naar Noordoost Europa en Noord-Nederland via de IJssellijn en Twentelijn. De Tweede Kamer heeft met deze aanpak ingestemd en heeft een budget van 4,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Hiervan is uiteindelijk 2,929 miljard euro direct beschikbaar voor PHS. Ook de komst van de Tweede Maasvlakte zal
leiden tot een groei van het spoorgoederenvervoer. Het Havenbedrijf Rotterdam zet in op een modal shift (verschuiving van weg naar spoor en water) en groei naar 20% spoorgoederenvervoer. Door het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) en deze modal shift wil het Koninklijk Nederlands Vervoer Spoorgoederenvervoer (KNV) 60 goederentreinen over de IJssellijn laten rijden om vervolgens in 2020 een volgende intensivering (72-102 goederentreinen) te claimen. Lees hierin hun keuzes naar aanleiding van de keuzenotitie PHS. Op 26 april hebben de landsdelen in een overleg met minister Eurlings aangegeven welke variant hun voorkeur heeft. De varianten waaruit men kon kiezen staan in de keuzenotitie PHS. De landsdelen hebben een unaniem advies aan minister Eurlings meegegeven. Het kabinetsbesluit
over het herrouteren van het goederenvervoer binnen het Programma
Hoogfrequent Spoor (PHS) is op
4 juni jl. genomen. "Goederentreinen ten noorden van de Betuweroute
wordt beter gespreid. Zo wordt het vervoer tussen Rotterdam en Noord Duitsland
niet meer via Amsterdam geleid, maar via de Betuweroute en Arnhem en de
IJssellijn". Als belangrijkste criterium geldt het taakstellend
budget. De plannen moeten binnen het budget vallen en dit is eerder te
regelen met een minimum aan wettelijke vereisten op het gebied van leefbaarheid.
Hoe meer wettelijke vereisten, hoe duurder de uitvoering. De bescherming
van leefbaarheid, zoals bijvoorbeeld bescherming tegen geluidshinder,
is niet goed geregeld in de huidige en toekomstige wetgeving. Wij geloven niet in die goede en veilige routering. Natuurlijk zullen er maatregelen komen, maar de leefbaarheid en veiligheid gaan er echt niet op vooruit, zoals het ministerie van Verkeer en Waterstaat ons wil laten geloven. Ook Landsdeel Oost heeft inmiddels zorgen, nu duidelijk wordt, dat er niet genoeg (geld) geregeld is om de leefbaarheid te garanderen. Hierover is een brief met bijlage gestuurd aan de Tweede Kamer. In deze brief wordt het voorkeursbesluit van het Kabinet vergeleken met het Ambitiedocument, waarin de wensen/eisen van Landsdeel Oost voor spoorboekloos rijden/PHS staan beschreven. In de plannen om spoorboekloos rijden mogelijk te maken, heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat niet gekeken naar alle mogelijke alternatieven om de goederen (geheel of gedeeltelijk) te verplaatsen. Men heeft alleen in spooroplossingen gedacht. We hopen dat de Tweede Kamer de minister zal vragen zijn huiswerk over te doen en dan te komen met een studie waarin meer alternatieven worden onderzocht en waarin alle maatschappelijke kosten en baten zijn opgenomen. Alleen de Tweede Kamer kan deze plannen nog stoppen. Op 8 september is de voorkeursbeslissing van het Kabinet over het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) in een rondetafelgesprek door de vaste commissie van Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer behandeld. Het RONA heeft hieraan deelgenomen. U leest hier de schriftelijke en mondelinge inbreng van de bewonersbelangenverenigingen via het RONA. Na het rondetafelgesprek heeft het RONA naar aanleiding van de inbreng van enkele partijen haar bevindingen in een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Hier leest u de schriftelijke kamervragen en antwoorden van de minister over PHS en de herroutering van het goederenvervoer. Een groot deel gaat over deze herroutering van de goederentreinen o.a. door Oost Nederland. De minister heeft de door ProRail onderzochte alternatieven voor de Spoorboog Deventer op verzoek van de commissie op 14 september met een begeleidende brief naar de kamer gestuurd. In de begeleidende brief van de minister staan al verklaringen voor het niet overleggen met de gemeente Deventer, dat komt in het volgende traject. "Indien de regio nu toch in zijn geheel tegen de korte tweesporige boog bij Deventer is, kunnen alternatieven alsnog worden besproken. Dan dient echter in dialoog met de regio te worden gekeken naar de gevolgen van de alternatieven voor vervoercapaciteit, benodigde financiering, inpassing en draagvlak", aldus de minister. Hier leest u de brief van Landsdeel Oost aan de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat naar aanleiding van de brieven van de minister. In aanloop naar het overleg over PHS in de Tweede Kamer op 7 oktober, spreken in Landsdeel Oost de beide provincies en telkens meer gemeenten en regio's zich uit tegen de herroutering van goederentreinen in Oost Nederland in het plan PHS Het overleg over PHS in de Tweede Kamer is op 7 oktober geweest. Tijdens het overleg over PHS blijkt wel uit het overzicht, het (voorlopige) verslag en de samenvatting (door RONA weergegeven) van de standpunten van de politieke partijen, dat het draagvlak voor goederenvervoer over bestaand spoor niet groot is vanwege de ernstige aantasting van de leefbaarheid. Ook de kosten voor het inpassen door het nemen van maatregelen worden zo hoog ingeschat, dat men toe wil naar een duurzame oplossing voor de toekomst. De minister heeft de Deventer Spoorboog in Colmschate uit het plan gehaald. Hij zal het goederenvervoer over de Betuweroute bevorderen met tariefdifferentiatie en maximaal overleggen met Duitsland om de knelpunten op het traject op te lossen, inzetten op stiller materieel, prijsactualisatie van de Noordtak-varianten in het verleden, Milieu Effect Rapportage voor de alternatieven rond Deventer laten verrichten en voor 1 februari 2011 komen met normen voor geluid en trillingen. Het komen tot oplossingen zal in nauw overleg met de regio gebeuren en het onderzoek naar de alternatieven zal tot het voorjaar 2012 kunnen plaatsvinden. In het regeerakkoord VVD-CDA met gedoogsteun
van de PVV staan de volgende zinnen: De Tweede Kamer heeft op donderdag 4 november een afrondend debat gevoerd over PHS met de nieuwe minister Melanie Schultz van Haegen en de nodige moties ingediend. Op 9 november 2010 heeft de Tweede Kamer over de ingediende moties gestemd om het plan en het beleid van de minister bij te sturen. Dankzij het groeiende verzet van bewoners heeft de lokale, provinciale en landelijke politiek samen met het RONA resultaat geboekt. 2. Basisnet Spoor Van al het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor vindt circa 5% over het spoor plaats. De groei van het vervoer per spoor is vanwege economische belangen en vanwege transportveiligheid een gewenste situatie, aldus de overheid. Het project Basisnet Spoor moet de bereikbaarheid van de belangrijkste industriële locaties (bijvoorbeeld de 1ste en 2de Maasvlakte) in Nederland en het aangrenzende buitenland garanderen. Het spoor loopt in veel gevallen dwars door dorpen en steden. ProRail heeft in 2003 en in 2007 groeiverwachtingen opgesteld over de omvang van het vervoer rond 2020. De verwachte hoeveelheid vervoer van gevaarlijke stoffen voor 2020 is in deze periode meer dan verdubbeld. Omdat er tot dusver geen harde grenzen aan vervoer en bouwen zijn gesteld, kunnen lokaal ongewenste risico’s ontstaan. Het Basisnet Spoor zal het wettelijk kader bieden voor vaste spoortrajecten waarover gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd en waardoor Nederland veiliger wordt. Het wettelijk kader is de grenswaarde bij plaatsgebonden risico (PR) en de oriëntatiewaarde bij groepsrisico (GR). Het zal aangeven waar groeiruimte is voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en waar groeiruimte is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over een spoorlijn zal namelijk gevolgen hebben voor de ontwikkelingen langs het spoor of bij stationsgebieden wat betreft bouwen, werken en wonen. Het Basisnet Spoor dient dus 2 doelen: voorkómen dat mensen wonen of werken in een gebied met te hoge risico’s en de kans op een ongeval met veel slachtoffers verkleinen. Tussen de Werkgroep Basisnet Spoor en het PHS zijn afspraken gemaakt over tussentijdse afstemming en advisering. Voor informatie over het vervoer van gevaarlijke
stoffen en de veiligheid voor bewoners langs het spoor, kunt u hier
meer lezen.
|