|
Externe veiligheid Wat is externe veiligheid? Risicoanalyse in Nederland De Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS)
meldt in april 2010 in haar rapport
dat er in Nederland een schijnveiligheid is bij activiteiten met gevaarlijke
stoffen. "Het is hoog tijd voor een grondige herbezinning en een
fundamenteel andere koers in het Nederlandse veiligheidsbeleid",
aldus de raad. De voorgeschreven methodiek voor het berekenen van het
vervoer van gevaarlijke stoffen geeft geen getrouw beeld van de veiligheid
en de mogelijkheden om die te verhogen. De minister komt binnenkort met
een reactie en mogelijke aanpassingen naar aanleiding van het rapport
van de AGS. In eerste instantie ziet de minister 'geen
acute noodzaak de geldende rekenmethoden thans aan te passen'. "Het biedt waardevolle aandachtspunten,
maar geeft geen aanleiding om de methodiek direct aan te passen",
aldus de uiteindelijke reactie van het Centrum Externe Veiligheid van
het RIVM op de kritiek van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen (AGS). Een
(groot) deel van het betoog
van het RIVM wordt teniet gedaan, door het pas verschenen evaluatierapport
wat (ook) in opdracht van het ministerie van VROM door Royal Haskoning
is gemaakt. In het werkplan 2010 van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen, staat het (ongevraagd) advies over de methodologie van de risicoanalyse op het programma. Bij de risicomodellen ontbreken wetenschappelijke gegevens voor de onderbouwing, maar ook zijn de genoemde kansen op ongevallen onvoldoende gefundeerd. Verder mankeert er nog het een en ander aan het veiligheidsmanagment. Dit alles vraagt om een heroriëntatie over de bruikbaarheid van de in Nederland gebruikte risicoanalysemethoden. De minister van VROM heeft ingestemd met dit werkplan. Huidige situatie in Nederland Het niet kunnen ingrijpen of niet kunnen
handhaven wl niet zeggen, dat ProRail en de overheid geen verantwoordelijkheid
hebben naar bewoners en gemeenten om ze op de hoogte te brengen van de
risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen door woonkernen. Wat betreft het groepsrisico ontstaan er
knelpunten in verschillende spoorgemeenten langs de IJssel- en Twentelijn.
Nieuwe prognoses voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in combinatie
met de (geplande) ontwikkelingen leiden op veel locaties tot een overschrijding
van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Bouwplannen, zoals
de IJsselsprong nabij Zutphen, zullen opnieuw beoordeeld moeten worden.
De overheid heeft wel een verantwoordingsplicht en dient de omvang van
het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde af te wegen
tegen maatschappelijk nut en noodzaak van bepaalde besluiten. Diverse
maatregelen die getroffen zouden kunnen worden, zoals minder wissels,
lagere snelheid, minder overwegen, geen explosieve stoffen en nog een
aantal andere, kunnen het groepsrisico niet voldoende verlagen. De sprong van risico in theorie naar praktijk
De veiligheid op het spoor staat onder zware druk. Er zijn 14 binnenlandse en buitenlandse vervoerders, die ieder voor zich op eigen wijze met veiligheid omgaan. De kwaliteit van het materieel, bekwaamheid en bekendheid met plaatselijke situaties van de machinist en veiligheidssystemen zijn niet feilloos. ProRail heeft naar aanleiding hiervan een veiligheidsagenda vastgesteld. Ondanks maatregelen hebben alweer ettelijke ongelukken met goederentreinen plaatsgevonden, zoals o.a. het ongeluk met een slijptrein in Stavoren, de botsing in Bialystok in Polen, een ontsporing in Roosendaal, de botsing in Zevenaar en de brand in Kijfhoek. In 2009 werden bij 25 procent van de controles van goederentreinen tekortkomingen in het onderhoud geconstateerd. In geen van de gevallen was er sprake van een direct gevaar voor de veiligheid, wel kan een tekortkoming bij bijvoorbeeld een technische controle of een verkeerde berekening van het remvermogen de opmaat zijn naar een groter risico. Het aantal afwijkingen is volgens de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) nog altijd hoog. Ook zal de IVW naar aanleiding van de brand in Kijfhoek extra inspecties uitvoeren op de juiste documentatie bij de treinen, etikettering en kenmerking van wagens en de fysieke aanwezigheid van wagens met gevaarlijke stoffen op spoorwegemplacementen, nadat dit een chaos bleek. Negen wagons met gevaarlijke stoffen op rangeerterrein Kijfhoek stonden niet op het aangegeven spoor en waren dus zoek. Bij één wagon was niet aangegeven dat er een gevaarlijke stof inzat. Toekomstige situatie in Nederland met
Basisnet Spoor Voor het Basisnet Spoor heeft het bedrijfsleven zijn portefeuille om moeten keren, alle veiligheidsmaatregelen zijn uit de kast gehaald, zo stelt de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG). Het risicoplafond voor gevaarlijke stoffen over het spoor is zo laag, dat op korte termijn alle maatregelen genomen moeten worden die voor een langere periode bedoeld zijn om het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor mogelijk te kunnen maken. Chrashbuffers op de wagons, verbeteringen aan het spoor en "Warme BLEVE-vrij" rijden. Tot 2020 is er nauwelijks ruimte voor een verdere groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het water kunnen tot 2020 zonder noemenswaardige problemen groeien, aldus de CTGG. Ook stelt de CTGG voorwaarden om te komen tot een vaststelling van het Basisnet Spoor op het gebied van de robuustheid, investeringen, ruimte in risicoplafonds en de aansluiting van PHS op Basisnet Spoor. Lees hier de voorwaarden van de CTGG. In een nieuwsbericht van Verkeer en Waterstaat op 9 juli 2010 staat dat Basisnet Spoor een feit is. Door dit bericht circuleerden er in de media berichten, dat de IJssellijn en andere spoorlijnen ontzien zouden worden wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen. De Betuweroute zou verplicht worden voor gevaarlijke stoffen. Helaas is deze berichtgeving onjuist. Integendeel, de minister laat onderzoeken of er door maatregelen (bv. langzaam rijden, maatregelen aan het spoor) meer brandbare stoffen, zoals LPG, over de IJssellijn binnen de vastgestelde risicoruimte vervoerd kunnen worden. Meer dan de 700 ketelwagens met brandbare gassen per jaar die zijn vastgesteld in de aanstaande wet Basisnet Spoor. Via de Twentelijn gaat het om 900 ketelwagens met brandbare gassen per jaar. Op gevaarlijkelading.nl ziet u de overzichten
van de vervoersstromen van gevaarlijke stoffen met de risicoplafonds (maximaal
aantal wagons per jaar) per spoorlijn of spoortraject. Hoe denkt het RONA over het vervoer
van gevaarlijke stoffen Basisnet Spoor is, in tegenstelling tot de berichten, nog geen feit. Gegevens vanuit meerdere onderzoeken moeten nog worden meegenomen. Ook hebben overlegpartners van het ministerie van Verkeer en Waterstaat nog hun vraagtekens bij bepaalde maatregelen. Ook moet de wet daarna nog door de Tweede Kamer worden goedgekeurd. We hopen, dat de Tweede Kamer kritisch is over dit ontwerp en dat ze niet genoegen zullen nemen met de heersende schijnveiligheid. Wij vinden dat het economisch belang van
de komst van de goederentreinen over de IJssellijn, Twentelijn en Twentekanaallijn
niet zwaarder mag wegen dan de veiligheid van de bewoners. Wij vinden dan ook nog steeds dat: 2. De IJssellijn in de voorheen genoemde categorie 3 moet komen van het Basisnet Spoor. Hierin worden de routes van goederentreinen met gevaarlijke stoffen geregeld. Dit omdat het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor niet los van het overig spoorvervoer kan worden bezien, omdat gevaarlijke stoffen veelal samen met andere lading vervoerd worden. Van het totaal aantal goederentreinen bevat circa de helft van de treinen een of meerdere wagons met gevaarlijke stoffen (bron: spoor in cijfers 2009, railcargo). Hierbij geldt een beperking van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor en is er plaats voor wonen en werken langs het spoor. Langs de IJssellijn en Twentelijn wonen
ca 67.000 mensen binnen 200 meter van het spoor (bron: Rona-rapport 1995,
deel 1 en deel
2). Waar een ongeval met een trein met gevaarlijke stoffen toe kan leiden ziet u hier:
|